Periphere triggers

In aanvulling tot de directe triggers die het probleem aan de bron aanpakken, hebben we de indirecte of periphere triggers. De indirecte triggers hebben tot doel de motivatie tot diepgaander reflectie te verhogen, een procesfilosofische aanpak kan/mag hier adviseerbaar zijn. Dit wil niet zeggen dat we plots allemaal filosoof moeten worden dan wel wordt er geen beperking opgelegd, dit zou indruisen tegen het sociaal innovatieve kenmerk van het onderzoek. Het Elaboration Likelihood Model geldt ook hier als een soort van kompas, uiterst links vinden we de directe triggers, rechts daarvan de indirecte waarvan we weten dat dit proces nogal chaotisch kan verlopen. En dit is geen stelling die klakkeloos aanvaard moet worden, proefondervindelijke toetsing zal dit bevestigen.


Media

Het mag denkelijk voor zich spreken dat media – of communicatie in algemene zin – een cruciale rol speelt in heel dit proces, media heeft immers een bredere toegang tot het collectieve bewustzijn. Voor de oefening maken we een onderscheid tussen de ‘mainstream-‘ en de ‘visionary loop’, het toevoegen van sociale innovaties heeft tot doel (1) een andere klok te laten horen en (2) het transformatieproces op een vreedzame manier te faciliteren. Paradoxaal genoeg worden – ondanks de prangende noodzaak – sociale innovaties niet steeds in dank aangenomen, verschillende partijen kunnen hier – om verschillende redenen – verzet tegen inbrengen, dit is alvast een bijzonder aandachtspunt. Indirecte triggers gaan veelal over kennisdeling, we kunnen dan ook de daad bij het woord voegen door – niet limitatief – te verwijzen naar termen zoals de ‘zwijgspriaal‘ en ‘repressieve tolerentie‘. Deze termen brengen ons onmiddellijk in de sfeer, stel deze pro forma ter dialoog en snel zal blijken hoe ‘woelig’ dit proces kan worden. Media kunnen we hier in de breedste zin van het woord begrijpen, het zijn alle kanalen waardoor informatie stroomt en uitgezonden door een boodschapper en een ontvanger die het – naarmate het zijn/haar interesse geniet – interpreteert.

Interferentie & inhibitie

Interessant is alvast om weten dat we ook zaken kunnen vergeten, vergeten kan verschillende oorzaken hebben. Het kan een gevolg zijn van een gebrekkige opslag van informatie (ook wel codering of inprenting genoemd), het niet kunnen vasthouden of niet meer kunnen kunnen terugvinden van informatie. Informatie wordt beter opgeslagen of ‘gecodeerd’ als het een bepaalde betekenis voor ons heeft (bijvoorbeeld door een woord met iets anders te associëren). Het vasthouden van informatie kan op twee manieren worden belemmerd. Indrukken of kennis kunnen passief vervagen, of kunnen op een meer actieve manier door interferentie met andere informatie uit het geheugen verdwijnen. Iets wat recent is geleerd kan bijvoorbeeld iets anders dat wij vroeger hebben geleerd weg- of onderdrukken. Men spreekt dan van retroactieve inhibitie. Ook het omgekeerde, proactieve inhibitie geheten, kan plaatsvinden: iets wat vroeger is geleerd kan iets anders dat later is geleerd onderdrukken. Ten slotte is het mogelijk dat we iets vergeten omdat we het niet meer kunnen terugvinden, het zit nog wel in het geheugen, maar we kunnen er niet meer bij. Terugvinden gaat makkelijker als we kunnen beschikken over een hulpmiddel of ‘cue’, zo kan een gezicht of een melodie ineens de herinnering terugbrengen van een ‘vergeten’ gebeurtenis uit het verre verleden.

Onderwijs

Met bovenstaand exploot tonen we onmiddellijk aan dat heel wat nuttige informatie vrij beschikbaar is op internet, er bestaat echter een verschil tussen iets lezen en het daadwerkelijk elaboreren opdat we er bewust mee leren omgaan. In tegenstelling tot het vaak turbulente publieke debat is onderwijs (of studie in algemene zin) een geschikt middel om meer structuur aan te brengen. Ook dit is een bijzonder aandachtspunt, de vraag stelt zich welke informatie ingeprent dient te worden en welke vervangen mag worden, wie bepaalt deze keuze en op grond van wat? Op deze manier komen we tot een computerachtige oefening waarbij we onze hersenen gaan programmeren in functie van een bepaald systeem of ideologie. En dit is misschien een akelige gedachte, het besef dat we van ‘bovenhand’ werden onderwezen om ons te schikken naar een ideologie die leidt tot de problemen die we nu net willen oplossen. En hiermee zitten we prompt temidden een conflictsituatie, dit zou namelijk betekenen dat ons onderwijs inhoudelijk dient herzien te worden om deze problemen uit de wereld te helpen. Althans, deze keuze zal afhangen van de mate waarin de voorgestelde sociale innovaties maatschappelijk ontvankelijk verklaard worden, een gegeven waarover het debat beslist ‘gekleurd’ zal verlopen. Hoe dan ook, onderwijs en (zelf)studie biedt ons alle ruimte om de verschillende opties te elaboreren, inherent leidend tot een culturele transformatie.

Moeilijkheidsgraad

Doelbewust hebben we deze pagina zo opgebouwd waardoor de moeilijkheidsgraad onmiddelijk duidelijk mag worden, het verschil tussen de directe- en indirecte triggers wordt hiermee in de schijnwerpers gezet. Immers, technisch gezien zouden we het schuldenprobleem ‘overnacht’ kunnen oplossen, dit zou zelfs kunnen op basis van een relatief eenvoudig computerscript. Ons verhaal wordt heel anders wanneer we hierover het debat aanvangen in de periphere sfeer, zelfs in die mate dat de oplossingen naar de achtergrond worden verdreven. Op deze manier verzanden we in een dialoog die – gezien de veelheid aan potentiële denkpistes en meningsconflicten – niet laat vermoeden dat de sociale innovaties ooit werkelijkheid zullen worden. De perverse effecten – waartoe de directe triggers een oplossing bieden – blijven dan ook aanslepen en dit met alle neveneffecten die daar traditioneel bij komen kijken. Deze dynamiek geeft ons misschien een gevoel van onmacht waardoor we ons – willens nillens – conformeren aan een systeem dat we liever anders zien maar wel cultiveren, dit wekt het vermoeden van een auto-immuunziekte. Het creëren van een draagvlak is daarom sterk adviseerbaar, in het andere geval blijven we slachtoffer van deze tragische absurditeit. Het is als zeggen dat we liever blijven strijden tegen een probleem omdat we de oplossingen terzijde schuiven, kennisdeling en een kritische massa zijn dan ook onontbeerlijk in dit proces. Op de vraag wat onze slaagkansen zijn?


Dunning & Kruger

Met het bovenstaande indachtig keren we terug naar het Dunning-Krugereffect, dit veronderstelt dat incompetente mensen het metacognitieve vermogen missen om in te zien dat hun keuzes en conclusies soms verkeerd zijn. Mensen die werkelijk bovengemiddeld competent zijn, hebben daarentegen de neiging hun eigen kunnen te onderschatten. We kunnen hierover twisten of het aanvaarden op basis van het reeds gevoerde onderzoek, er stellen zich echter nog een aantal bijkomende vragen. In de periphere sfeer heerst nogal wat turbulentie wanneer verschillende meningen of conditioneringen kruisen, het laat zoveel stof oplaaien waardoor andere zaken naar de achtergrond verdreven worden. Anders gezegd, het ontbreekt maar al te vaak aan aandacht en volwassenheid, net zoals ideologische conditioneringen het debat als ‘dom’ kan doen voorkomen. Het valt daarom te betwisten dat mensen ‘dom’ zouden zijn dan wel ‘geprogrameerd’ werden om – zonder daar bij stil te staan – te denken zoals de ideologie voorschrijft. Met andere woorden, het veronderstelde gemis aan cognitief vermogen zou verruimd kunnen worden door de ‘programmatie’ te doorbreken en een andere ‘mindset’ in de plaats te stellen, idealiter met inbegrip van een ‘ethische upgrade’ en aangepaste modus operandi. (lees meer)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s